Reglement

Reglement

VAN DE

Christelijke Muziekvereeniging

“OEFENING NA DEN ARBEID”

GEVESTIGD TE

MIDDELBURG


REGLEMENT

Art. 1.
Op 29 September 1927 is opgericht een Christelijk Fanfare-Corps, genaamd “Oefening na den Arbeid”, gevestigd te Middelburg.
Zij die lid wenschen te worden, moeten instemmen als te zijn de Bijbel Gods Woord.

Art. 2.
De vereeniging stelt zich ten doel de beoefening der muziek tot onderling genot en tot verheerlijking van den naam des Heeren.

Art. 3.
Zij zal trachten dit doel te bereiken door: a. het houden van wekelijksche repetitiën; b. het geven van concerten.

Art. 4.
Al haar repetitiën zullen door den Voorzitter of diens plaatsvervanger met gebed worden geopend en met dankzegging gesloten.

Art. 5.
De vereeniging bestaat uit: a. werkende leden; b. adspirantleden of leerlingen; c. eereleden.

Art. 6.
Werkende leden zijn zij, die zich: a. verbinden aan de repetitiën en uitvoeringen deel te nemen; b. een wekelijksche contributie betalen van 20 cent.
Voordat iemand als werkend lid wordt toegelaten heeft hij zich te onderwerpen aan een door den Directeur in te stellen onderzoek omtrent muzikalen aanleg.
Bovendien stort hij 2,50 gulden in de kas der vereeniging.
Bij bezwaar dit in eens te betalen kan dit in overleg met het bestuur geregeld worden.

Art. 7.
Wie werkend lid der vereeniging wenscht te worden meldt zich daartoe bij een der bestuursleden aan. Wanneer hij minstens 2/3 der uitgebrachte stemmen op zich heeft vereenigd, wordt hij als lid toegelaten.

Art. 8.
Jonge leden, zonder voldoende muziekkennis, worden op een afzonderlijke cursus opgeleid, tot zij, naar het oordeel van den Directeur, de gewone repetitiën kunnen bijwonen.

Art. 9.
Eereleden zijn zij, die zich tegenover het corps bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt, of in de plaats onzer inwoning bijzonder geëerd zijn.

Art. 10.
Donateurs(trices) of begunstigers(sters) zijn zij, die jaarlijks 1,- gulden aan de kas betalen.

Art. 11.
Tot de verdere verplichtingen der leden behooren: a. de goede zorg voor de hun in gebruik gegeven eigendommen der vereeniging; b. de door hun schuld of nalatigheid aangebrachte schade aan deze te betalen; c. op verzoek van den Directeur of Voorzitter die ter onderzoek af te geven. Zonder voorkennis van Directeur of bestuur mogen nimmer eigendommen der vereeniging (instrumenten) voor andere doeleinden dienst doen.

Art. 12.
Het lidmaatschap gaat verloren door: a. schriftelijk bedanken; b. Royement krachtens besluit der werkende leden op eene vergadering aanwezig, waarbij minstens 2/3 der uitgebrachte stemmen beslisten; c. indien een lid in gebreke blijft de contributie te voldoen en hij tot betaling is aangemaand, kan door ’t bestuur of 2 werkende leden worden voorgesteld hem het lidmaatschap te ontnemen.

Art. 13.
Wie ophoudt lid te zijn, verliest alle aanspraak op de vereeniging.

Art. 14.
Donateurs of begunstigers hebben toegang tot de uitvoeringen en concerten

Art. 15.
Werkende leden mogen hun dame introduceren, op uitvoeringen zoowel als bij repetitiën.

Art. 16.
De geldmiddelen der vereeniging bestaan in stortingen der werkende leden – zie art. 6 - ; contributiën – zie art. 6 - ; contributie van donateurs of begunstigers; eventueele schenkingen en legaten en bij de oprichting de zoo noodig verkregen rentelooze aandeelen bestaan in aandeelen van 2,50 gulden.

Art. 17.
Het Bestuur bestaat uit: Voorzitter, 2e Voorzitter, Secretaris, 2e Secretaris, Penningmeester, 2e Penningmeester en Algemeen Adjunct.
De Voorzitter wordt door de leden gekozen, overige functiën worden door het bestuur onderling verdeeld.

Art. 18.
De Voorzitter of diens plaatsvervanger opent en sluit de vergaderingen, leidt de besprekingen en zorgt met den Directeur voor de handhaving der orde. Hij geeft en ontneemt het woord.

Art. 19.
De Secretaris houdt aanteekeningen der notulen, is belast met de correspondentie, hij bewaart het archief en brengt jaarlijks verslag uit op de algemeene vergadering.

Art. 20.
De Penningmeester ontvangt wekelijks de contributie; hij houdt nauwkeurig aanteekening van ontvangst en uitgaaf; betaalt op machtiging van het Bestuur de rekeningen, zorgt voor aflossing der schulden en bewaart zorgvuldig alle kwitantiën.

Art. 21.
Op de jaarvergadering wordt een kascommissie benoemd, bestaande uit 2 leden tot het nazien der boeken en bescheiden van den Penningmeester en het controleeren van de kas, welke dan op de eerstvolgende vergadering verslag uitbrengt.

Art. 22.
Elk jaar treedt een gedeelte van het bestuur af. Het eerste jaar 2, het tweede jaar 3 en het derde jaar weer 2. Hiervoor zal bij loting een rooster worden opgemaakt. De aftredenden zijn herkiesbaar. Treedt tusschentijds een der bestuursleden af, dan volgt het nieuwgekozen lid hem in zijn functie op, en neemt zijn plaats op het rooster van aftreding in.

Art. 23.
De vereeniging kiest bij meerderheid van stemmen haar Directeur; hij leidt en regelt de repetitiën en uitvoeringen. Hij heeft een adviseerende stem op de vergaderingen, hij wijst ieders plaats op het orkest, deelt de instrumenten naar zijn goeddunken en adviseert over aankoop van instrumenten en stelt de programma’s vast.

Art. 24.
Wanneer de Directeur oordeelt, dat een lid de oefeningen vóór een uitvoering niet voldoende heeft bijgewoond, of zijn partij niet voldoende machtig is, heeft hij het recht dezen op die uitvoering zijn medewerking te verbieden.

VERGADERINGEN

Art. 25.
Bijzondere vergaderingen zullen worden gehouden, als ’t bestuur dit noodig oordeelt of minstens 6 leden hun wensch daartoe schriftelijk te kennen geven, met opgaaf van redenen.

Art. 26.
Op een vergadering hebben alle werkende- en eereleden het recht tot het doen van voorstellen die met goedvinden van het bestuur staade ter vergadering kunnen worden behandeld.

Art. 27.
Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen schriftelijk. Bij staken van stemmen beslist het bestuur. Leden die den leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt hebben geen stemrecht.

Art. 28.
Uiterlijk begin October van ieder jaar wordt de algemeene vergadering belegd, waar verkiezing of herkiezing der bestuursleden plaats vindt.

Art. 29.
Bij onvolledigheid of onduidelijkheid van dit reglement, of bij verschil van meening, beslist het bestuur.

OPHEFFING

Art. 30.
Tot opheffing der vereeniging kan niet worden overgegaan, zoolang 10 leden hare instandhouding vorderen. Ingeval van opheffing geschiedt de vereffening door het bestuur en wordt aan het batig saldo een zoodanige bestemming gegeven, als door de overblijvenden wordt beslist.

Art. 31.
De werkende leden verbinden zich tot stipte naleving van dit statuut en een ieder van hen zal een exemplaar worden uitgereikt, opdat geacht kan worden, dat zij met deze bepalingen bekend zijn.

Vastgesteld October 1927
Herzien December 1945

Het Bestuur: